Vaccinaties voor Covid19 bij patiënten met IBD: Wie? Wat? Waar? Wanneer?

Dr. Peter Bossuyt, IBD Kliniek Bonheiden, Dienst gastroentelogie, Imeldaziekenhuis Bonheiden

In deze bijdrage geven we een kort overzicht over de huidige status van de kennis omtrent covid19 bij patiënten met IBD. Het is belangrijk bij het lezen van deze tekst, dat er rekening wordt gehouden met het feit dat deze is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was begin februari 2021. Gezien er een continue evolutie is in de kennis, kan deze informatie dan ook veranderen naar de toekomst.

In december 2019 werd voor het eerst melding gemaakt van een nieuwe virus in Wuhan in China. Wat initieel een lokaal probleem leek, heeft zich snel over de wereld verspreid en zorgt nu dat we al meer dan een jaar in een wereldwijde pandemie verkeren.

In de algemene bevolking is de kans op een ernstige infectie met het coronavirus ongeveer 20% maar slechts bij 6% van de geïnfecteerden is er sprake van een zeer ernstige covid19 infectie met eventuele nood aan hospitalisatie op de intensieve zorgen of overlijden. Het risico op een ernstig verloop van een covid19 infectie wordt vooral beïnvloed door de leeftijd en door onderliggende aandoeningen. Bij deze onderliggende aandoeningen horen hart- en vaatziekten, chronisch longlijden en overgewicht. Het hebben van een inflammatoir darmlijden geeft op zich geen verhoogd risico op een ernstig verloop van covid19. Men ziet ook dat mensen met Crohn en colitis ulcerosa strikter de beschermingsmaatregelen gaan opvolgen waardoor ze zich meer gaan beschermen.

De verschillende behandelingen die de patiënten met Crohn en colitis ulcerosa nemen, kunnen wel een effect hebben op het verloop van hun covid19 infectie. Uit recent onderzoek van een wereldwijde registratiestudie is gebleken dat vooral de inname van hoge dosissen cortisone en immunosuppressiva (zoals Azathioprine en Mercaptopurine, beschikbaar in België onder de vorm van Imuran en Purinethol), kunnen gelinkt worden met een ernstige infectie. Maar ook hier is het opnieuw de andere factoren zoals leeftijd, overgewicht en onderliggende aandoeningen die de belangrijkste bepalende factor zijn. Anderzijds is er mogelijk zelfs een iets beschermend effect van bepaalde therapieën die gegeven worden voor Crohn en colitis ulcerosa. Als we de risico’s afwegen, dan is het zeker zo dat er absoluut geen reden is om de therapie voor de inflammatoire darmziekte te onderbreken. De gevolgen van een opstoot van het onderliggende inflammatoir darmlijden kan veel ernstiger zijn dan het doormaken van een infectie met covid19.

Alle basisregels, zoals door de overheid worden aangegeven, zoals social distancing, frequent handen wassen, niezen in de elleboog, contacten vermijden en het dragen van een mond-neusmasker, blijven de basis om u zo optimaal mogelijk te beschermen.

Sinds het uitbreken van de pandemie is er in een recordtempo gewerkt aan het ontwikkelen van vaccins.  Daarom zijn er nu op dit moment in België 3 vaccins beschikbaar. Twee vaccins (Pfizer-Biontech en Moderna) zijn vaccins die gebaseerd zijn op een klein deeltje van de genetische informatie van het virus. Meer bepaald bevatten ze messenger-RNA van de tentakels van het virus. Door de patiënt hiermee te vaccineren, gaat het lichaam antistoffen kunnen vormen tegen deze tentakels zodat, als een patiënt wordt blootgesteld aan het virus, deze ook direct kan herkend en verwijderd worden. Deze vaccins hebben een zeer goede beschermend effect vertoont, zowel voor milde symptomen als voor een ernstig verloop, (inclusief opname op intensieve zorgen en overlijden)

Het andere vaccin (Astra-Zeneca) is gebaseerd op een uitgebreider stuk van het genetisch materiaal van het virus. Dit wordt toegediend doordat het wordt ingebouwd in een bestaand Chimpansee-virus wat niet schadelijk is voor de mens. Ook hier wordt het immuunsysteem geactiveerd en gaat het lichaam antistoffen vormen tegen het coronavirus. Ook dit vaccin is effectief tegen een ernstig verloop van de ziekte, inclusief opnieuw overlijden en opname op intensieve zorgen. In vergelijking met de 2 andere vaccins heeft het wel iets minder effect in het voorkomen van een mild verloop van de ziekte, wat absoluut niet betekent dat het niet effectief zou zijn.

Op de vraag wie voorrang moet krijgen voor de vaccins en welk vaccin dient gebruikt te worden, is er natuurlijk veel afhankelijk van de bepalingen van de overheid. Hoe dan ook is het zo dat ook voor patiënten met IBD voorrang zal gegeven worden aan patiënten met een hogere leeftijd en met onderliggende aandoeningen. In de bepalingen van de Hoge  Gezondheidsraad worden ook patiënten met een verzwakt immuunsysteem opgenomen. De exacte invulling hiervan is tot  nog toe niet gekend.

Op zich zijn alle 3 de beschikbare vaccins veilig voor patiënten met inflammatoir darmlijden, ook voor patiënten op immunosuppressieve therapie. Mogelijks is het effect van een vaccinatie iets minder bij deze patiënten die immunosuppressieve therapie nemen. Dit komt omdat het immuunsysteem wordt onderdrukt en hierdoor ook de immuunreactie tegen een vaccin. Het blijft natuurlijk belangrijk te benadrukken dat het hier gaat om een vermindering en niet om een verlies van effect.

In de huidige situatie wordt de voorkeur gegeven aan een mRNA-virusvaccin. Maar op zich is het zo dat men als patiënt weinig keuze zal hebben in het toegediende vaccin. Daarom is het zeker aangeraden dat, indien u de kans heeft om gevaccineerd te worden, zich absoluut te laten vaccineren ongeacht van het type vaccin.

Het moment van de vaccinatie is niet zo bepalend. Het is absoluut belangrijk om de therapie niet te onderbreken en de vaccinatie zo te laten doorgaan zoals u wordt aangeboden. Indien er een mogelijke optie is om verschillende data te kiezen voor het toedienen van het vaccin, kan bij mensen met intraveneuze therapie of subcutane therapie mogelijk geopteerd worden om de vaccintoedieningen te laten gebeuren niet te dicht bij  het moment van de toediening van de medicatie, maar ook dit is relatief.

Tot besluit kunnen we zeggen dat het een grote stap vooruit is nu er een vaccin beschikbaar is en dat we het absoluut aanraden voor elke patiënt met IBD die er volgens de overheidsrichtlijnen voor in aanmerking komt (zie ook algemene beperkingen bij zwangerschap, borstvoeding, gekende allergie tegen vaccins). Indien twijfel, kan altijd contact opgenomen worden met de huisarts of met de behandelend gastro-enteroloog.